De Manchester Art Gallery verwijderde tijdelijk een kunstwerk van John William Waterhouse omdat het te veel naakt zou bevatten, met deze stunt wilde kunstenares Sonia Boyce de discussie openen over rol van vrouwelijk naakt in de kunst. Een strijd die al jaren wordt gevoerd door de activistische kunstenaarsgroep Guerilla Girls. 

Guerilla Girls, Do Women Have To Be Naked To Get Into the Met. Museum? 1989 / Foto:
© courtesy www.guerrillagirls.com

Het schilderij dat verwijderd werd was Helas en de nimfen uit 1896, van de prerefaëlitische kunstenaar John Wiliam Waterhouse. Het is een week lang van de muur gehaald om de discussie op gang te brengen hoe we met naaktheid om moeten gaan in dit #metoo tijdperk. Het museum zelf gooide olie op het vuur door de curator Clare Gannaway te laten stellen moeite te hebben met de objectiverende schilderijen die ook nog eens in een zaal hingen met de naam ‘Op jacht naar schoonheid’. Tegenover The Guardian zei ze: “Voor mij persoonlijk speelt er schaamte mee dat we dit niet eerder hebben aangepakt, we hebben verzuimd naar deze zaal te kijken en er goed over na te denken.”

Felle reacties
Reacties op het verwijderen van het schilderij zullen waarschijnlijk door initiatiefneemster Sonia Boyce gebruikt worden in een kunstproject dat volgende maand tijdens haar solo-expositie getoond zal worden. Op de plek waar het schilderij hing zij een verklaring,  waarin ze de bezoekers vroeg na te denken over de fantasiewereld van de prerafaëlieten, iets dat volgens een deelnemer onmogelijk was wanneer al door een ander wordt bepaald dat je iets niet mag zien.

De Volkskrant heeft verschillende reacties op de actie verzameld, op het moment van deze reacties was het nog niet duidelijk dat het om een stunt ging. Kunstrecensent Jonathan Jones vroeg zich in The Guardian af wat voor een utopie de nieuwe puriteinen op het oog hebben. “In de jaren negentig was kunst bewust shockerend – tegenwoordig is het cool om gekwetst te zijn door een honderd jaar oud kunstwerk.” In The Daily Telegraph schreef Mark Hudson dat Gannaway van het museum een lachertje heeft gemaakt, maar dat de consequenties ver kunnen reiken. “Andere grote mannelijke kenners van de vrouwelijke vormen zijn vooralsnog aan de aandacht van de nieuwe censoren ontsnapt. Maar voor hoelang? Kunnen we straks ook niet langer kijken meer naar Picasso’s liggende naakten of naar elk willekeurig schilderij van Lucian Freud waarop een paar duidelijk aanwezige borsten te zien zijn?’ (…) Willen we curators die fungeren als morele bewakers?”