Roofkunst na 75 jaar terug in Aken

De inspanningen van de Nederlandse museumdirecteur Peter van de Brink van het Suermondt-Ludwig Museum in het Duitse Aken zijn beloond: na 75 jaar is het gestolen bloemstilleven van Balthasar van der Ast terug. Na jaren van onderhandelen is er aan een anonieme verzamelaar een ‘vindersloon’ van 10% betaald, ongeveer 350.000 euro.  

Het schilderij van Balthasar van der Ast (1593-1657), een van de grootste kunstenaars uit de gouden eeuw, heeft sinds de Tweede Wereldoorlog flinke omzwervingen gemaakt. Van Duitsland naar Canada en de VS, naar Nederland, terug naar New York en nu uiteindelijk weer naar Aken. Volgens de Duitse wet mag roofkunst niet teruggekocht worden, wel mag er een vindersloon van 10% van de marktwaarde worden betaald. Omdat het werk als roofkunst geregistreerd stond kon de eigenaar, die het ter goede trouw in handen kreeg, het sowieso niet meer verkopen en ging derhalve akkoord met dit aanbod.

Balthasar van der Ast, bloemstilleven, collectie Suermondt-Ludwig Museum, Aken

Peter van den Brink, voormalig directeur van het Bonnefantenmuseum in Maastricht, is sinds 2005 werkzaam in Aken. Hij heeft zich toegewijd aan het terugvinden van geroofde kunst, sinds zijn aanstelling zijn er negen werken teruggekomen. Het werk van Van der Ast is “met afstand het belangrijkste”, schrijft het NRC. In 2008 organiseerde het Suermondt-Ludwig Museum een tentoonstelling en symposium over de kunst die geroofd werd, dit lag sinds 1942 opgeslagen in een depot in Saksen. Kunst die uit Duitsland werd gestolen, veelal door de Russen, ligt gevoelig: “Wie zijn wij om ons te beklagen”, aldus van der Brink. “Don’t mention the war, dat is hier het motto.”

Tot 27 augustus is er in de Bergkerk in Deventer een expositie over roofkunst te zien.