Het Noordbrabants Museum heeft deze week tijdens de Impressionist & Modern Art Sale van Sotheby’s New York het schilderij van Collse watermolen (1884) van Vincent van Gogh aangekocht. Het werk is onderdeel van de kunstenaars’ Brabantse oeuvre en relatief helder en kleurrijk voor deze periode uit zijn carrière. Voor het schilderij is bijna 3 miljoen euro betaald en is daarmee de duurste aankoop van het museum ooit. Een jaar geleden verwierf het museum het aquarel De tuin van de pastorie te Nuenen.

Deze dure aankoop is verantwoord binnen de ambitie van het museum om een representatief overzicht te kunnen tonen van de Brabantse periode van Van Gogh. Deze koop werd mogelijk gemaakt door financiële steun van de provincie Noord-Brabant, Vereniging Rembrandt, het Mondriaan Fonds en het in 1999 nagelaten legaat van mevrouw Henriëtte M.J. van Oppenraaij. Het Van Gogh Museum Amsterdam heeft het Noordbrabants Museum inhoudelijk bijgestaan en geadviseerd over de aankoop. 

Gedeputeerde Henri Swinkels van de provincie Noord-Brabant: “Het Noordbrabants Museum heeft een belangrijke rol in het uitdragen van het Van Gogh verhaal. Met dit unieke werk wordt de verbinding gelegd tussen het verhaal in het museum en een fysieke ‘monumentale’ Van Gogh locatie in Brabant. Dit is niet alleen belangrijk voor cultuur, maar ook voorde vrijetijdseconomie, natuur en landschap, branding en internationale profilering. Er zijn dus volop redenen waarom we hier als provincie graag aan bij hebben gedragen met een subsidie van 1,5 miljoen euro. We zijn heel blij dat het gelukt is het schilderij te verwerven. We brengen hiermee weer een stukje Vincent terug naar huis, naar Brabant.”  

De Collse watermolen
Volgens de uitleg van het Noordbrabants Museum symboliseert de watermolen met de draaiende raderen voor Van Gogh het werkende bestaan. Daarnaast vormden de stroming van het water en de reflectie van de gebouwen in het water voor de kunstenaar schilderkunstige uitdagingen. Aan zijn vriend en kunstenaar Anthon van Rappard schreef Van Gogh het volgende over deze voorstelling: “‘Sedert Uw vertrek heb ik gewerkt aan een Watermolen – die waar ik naar vroeg in dat herbergje aan ’t station waar we zaten te praten met dien man van wien ik U vertelde dat hij scheen te laboreeren aan een chronisch gebrek aan kleingeld in zijn zak.– ’t Is een dito geval als de twee andere watermolens die we zamen bezochten doch met twee roode daken en dat men vlak van voren ziet – met populieren er om heen. Zal in den herfst superbe zijn.”

De twee andere watermolens waaraan Van Gogh refereert zijn vermoedelijk de Opwettense en Hooijdonkse watermolens die in de buurt van Nuenen liggen. De Collse watermolen ligt tegenwoordig in de gemeente Eindhoven, het is in 1975 gerestaureerd en heeft de status van rijksmonument. Daarnaast is het een zogenaamd ‘Van Gogh Monument’, één van de negenendertig geselecteerde monumenten die aan de kunstenaar gerelateerd zijn. Op 30 oktober 2019 hebben de provincie Noord-Brabant, negen Brabantse gemeenten en enkele Brabantse culturele organisaties een convenant getekend met de intentie deze monumenten te beschermen.

 


Meer nieuws gerelateerd aan Het Noordbrabants Museum.

DELEN