Deel raad van toezicht Stedelijk Museum stapt op na rapport over Ruf

Een deel van de raad van toezicht van het Stedelijk Museum in Amsterdam stapt op. Aanleiding voor het vertrek is een verschenen rapport waarin wordt geconcludeerd dat de raad niet goed heeft gehandeld bij het vertrek van oud-directeur Beatrix Ruf.

Uit het rapport blijkt dat de oud-directeur ten onrechte beschuldigd werd van belangenverstrengeling, melden AT5 en NH Nieuws. Ze stapte in oktober op nadat haar positie ter discussie was komen te staan na een artikel in NRC Handelsblad.|

De onderzoekers van het rapport constateren onder meer dat het toezicht door de raad op een aantal punten “ontoereikend” is geweest. “Wij onderschrijven in hoofdlijnen de conclusies en omarmen alle aanbevelingen uit het rapport”, zeggen Jos van Rooijen en voorzitter Madeleine de Cock Buning, twee van de leden die opstappen. Het College van B en W zei vandaag, naar aanleiding van het rapport, dat de manier waarop de raad van toezicht heeft toegezien op het functioneren van de directeur “allerminst een schoonheidsprijs verdient”.

De twee opgestapte leden blijven nog wel beschikbaar “om voor een zorgvuldige overdracht zorg te dragen”, als de gemeente Amsterdam dat nodig vindt. Er stapt ook een derde lid op. Dat is Rita Kersting.

Het College van B en W zegt verder dat de benoeming van de raad van toezicht anders moet. In het vervolg moet die achtkoppige raad door het college worden benoemd en niet door het museum zelf. “Het college kiest ervoor de procedure gelijk te trekken met die van andere grote instellingen zoals het Amsterdam Museum, Internationaal Theater Amsterdam en het AFK. Dat betekent dat het college de leden van de raad van toezicht benoemt, herbenoemt en ontslaat.”